Op deze pagina

In 30 seconden

Er is niet één lichtsturing die voor ieder gebouw de beste is. Iedere keuze is een afweging tussen eenvoud, flexibiliteit en beheer.

Meer in het kort

Wat past, hangt af van het gebruik, de bestaande installatie en wie het systeem straks beheert.

Zo werkt het

Principe

De keuzes die je het vaakst tegenkomt:

KeuzeEenvoudigerMeer mogelijkheden
Zelfstandig of centraaleen zelfstandige sensor per ruimteeen centraal systeem met groepen, scènes en overzicht
Stuursignaaléén techniek voor het hele gebouw: bedraad als er een bruikbare stuurkabel ligt of nieuwe kabel praktisch haalbaar is, anders draadlooshybride: per gebouwdeel bedraad of draadloos, maar met meer beheer
Omvangper ruimte of verdieping zelfstandiggebouwbreed, met centrale bediening en bewaking
Koppelinggeen koppeling, of alleen een eenvoudig schakelcontact (relaiscontact)een koppeling met gebouwbeheer voor bediening en gegevens
Meer uitleg

Principe

Vragen die de keuze bepalen:

  • Hoe wordt het gebouw gebruikt, en verandert de indeling vaak?
  • Moeten ruimtes centraal bediend of bewaakt worden?
  • Ligt er al (deels) een bruikbare bus- of stuurkabel? En kan er nieuwe kabel komen: overal, in een deel van het gebouw of niet?
  • Moet de verlichting samenwerken met gebouwbeheer of andere installaties?
  • Wie beheert het systeem na oplevering, en met welke kennis?

Zo is het opgebouwd

Technische uitleg

Principe

Een gebouw kan per zone een andere oplossing hebben. Maar ieder extra systeemtype kost iets in onderhoud, beheer en kennis. Combineer daarom alleen waar een gebouwdeel echt iets anders vraagt.

Goed om te weten

  • Eenvoudig, centraal, bedraad, draadloos en hybride zijn geen kwaliteitsniveaus. Welke oplossing past, hangt af van de situatie.