Kennisplatform lichtsturing

Lichtsturing begrijpen door te zien wat er gebeurt

Merkonafhankelijke uitleg over sensoren, daglicht, groepen en scènes, bedrade en draadloze sturing en de koppeling met gebouwbeheer. Niet alleen lezen: kijk mee en probeer het zelf.

Begin bij de basisNaar de kennisbank

Speel af, schuif door de tijd, zet het detectieveld aan of verander het daglicht.

Bekijk hoe dit systeem is opgebouwd

Een kantoorruimte door de dag

Automatisch aan

  1. Leeg. De ruimte is leeg en het licht is uit. De sensor blijft actief.
  2. Binnenkomen. Iemand komt binnen. De sensor ziet beweging en geeft dat door; de besturing zet beide lichtgroepen aan.
  3. Aan het werk. Iemand gaat aan het bureau zitten. Zolang de sensor iemand ziet, blijft het licht aan. Een geschikte, goed geplaatste sensor ziet ook de kleine bewegingen van iemand die zit te werken.
  4. Meer daglicht. Er valt meer daglicht binnen. De gevelzone dimt flink terug, de binnenzone een beetje: samen blijft het lichtniveau op peil. Daarvoor regelt de besturing de zones apart: iedere zone meet zelf het licht, of de binnenzone loopt mee met de gevelzone en dimt steeds een vast deel minder.
  5. Minder daglicht. Neemt het daglicht af, dan regelt de besturing de gevelzone weer op.
  6. Vertrek. Het werk zit erop: de medewerker loopt naar de deur en verlaat de ruimte. Het licht blijft aan zolang de sensor nog iemand ziet.
  7. Nalooptijd. De sensor ziet niemand meer. Het licht blijft nog even aan: de nalooptijd loopt. Zo gaat het licht niet uit als iemand even stilzit of kort de ruimte uit is.
  8. Basislicht. Na de nalooptijd dimt het licht naar een laag basisniveau. Wie nu terugkomt, staat niet in het donker.
  9. Uit. Na enige tijd gaat ook het basislicht uit. Die tijden stel je in per sensor, groep of ruimte, afhankelijk van het systeem.

Handmatig aan

  1. Leeg. De ruimte is leeg en het licht is uit.
  2. Binnenkomen. Iemand komt binnen. De sensor ziet het, maar het licht gaat niet vanzelf aan: de gebruiker beslist.
  3. Knop. Iemand drukt op de knop bij de deur. De besturing zet beide lichtgroepen aan.
  4. Aan het werk. Iemand gaat aan het bureau zitten. Vanaf nu let de sensor alleen op of er nog iemand is.
  5. Vertrek. De medewerker loopt naar de deur en verlaat de ruimte.
  6. Nalooptijd. De sensor ziet niemand meer: de nalooptijd start, net als bij „Automatisch aan”.
  7. Uit. Daarna gaat het licht vanzelf uit. Uitzetten gaat dus automatisch; alleen aanzetten doe je zelf. Dit heet ook wel afwezigheidsdetectie.
Zo werkt lichtsturing
  1. Sensoren, drukknoppen en de klok geven signalen.

  2. Een besturing bepaalt wat het licht moet doen.

  3. De drivers (de voedingsapparaten in de armaturen die de leds aansturen) schakelen en dimmen.

  4. Via een netwerk werkt de verlichting samen met gebouwbeheer.

Bij lichtsturing nemen sensoren en bediening waar wat er in een ruimte gebeurt. Een besturing beslist wat het licht moet doen, en de armaturen voeren dat uit. In grotere gebouwen werkt de verlichting bovendien samen met andere systemen, zoals het gebouwbeheersysteem. Wie die samenhang begrijpt, kan beter ontwerpen, installeren en beheren.

Lees wat lichtsturing is

Van drukknop tot compleet lichtmanagement

Wat heb je minimaal nodig om licht te regelen, en wat komt er bij iedere stap bij? Elf niveaus in dezelfde ruimte, van gewoon schakelen tot de koppeling met het gebouwbeheer. Probeer ze uit.

Begin bij niveau 0

  1. 0Schakelen
  2. 1Drukknop
  3. 2Draai­regelaar
  4. 3Losse voeding
  5. 4Sensor
  6. 5Broadcast
  7. 6DALI-2-systeem
  8. 7Licht­management
  9. 8Draadloos
  10. 9Hybride
  11. 10Gebouw­beheer
  • Bediening 0
  • Regeling 1–3
  • Automatisering 4–6
  • Lichtmanagement 7–9
  • Gebouwintegratie 10

Lichtsturing in de praktijk

Een korte animatie zonder geluid over een werkplek waar het licht steeds uitvalt, en hoe een technicus dat oplost.

Korte film zonder geluid (ongeveer anderhalve minuut). Een medewerker werkt in een kantoor waar het licht steeds uitvalt, omdat de aanwezigheidsdetectie slecht is afgesteld. Hij geeft het op en valt in slaap. Terwijl hij slaapt, controleert een technicus de instellingen en past ze aan. Als de medewerker wakker schrikt, gaat het licht direct aan. Daarna regelt het kunstlicht terug zodra er daglicht binnenkomt: bij het raam het meest, dieper in de ruimte minder.

Waar wil je mee aan de slag?

Voor installateurs, adviseurs, beheerders en iedereen die wil weten hoe het werkt.

Probeer het in drie ruimtes

Alle praktijkvoorbeelden

Drie ruimtes om zelf uit te proberen: speel het af, schuif door de tijd en zie wat het licht doet.

De belangrijkste onderwerpen

De hele kennisbank

Verdieping nodig?

Naast deze openbare kennisbank is er een afgeschermde Academy met verdiepende, systeemgerichte opleidingen voor vakmensen.