Daglichtregeling
Hoe kunstlicht terugregelt als er daglicht is: drempelschakeling of constantlichtregeling, meten, kalibreren en de plaats van de sensor.
- Sensor
- Invoerapparaat
- Sensor met besturing
- Invoerapparaat + besturing
- Invoerapparaat + besturing + busvoeding
- Besturing
- Besturing
- Besturing + busvoeding
- Busvoeding
- Driver
- Driver
- Gevelzone (bij het raam)
- Binnenzone
Bekijk hoe dit is opgebouwd
De functie blijft hetzelfde: iemand komt binnen en het licht reageert. Wat verschilt, is waar de beslissing valt en hoe de opdracht de armaturen bereikt. Maak hieronder een keuze; de ruimte laat het verschil zien.
De sensor geeft door wat hij ziet. Een aparte besturing bepaalt vervolgens wat de verlichting moet doen.
De sensor ziet niet alleen wat er gebeurt, maar bevat ook de besturing die bepaalt wat de verlichting moet doen.
Broadcast betekent: één opdracht voor alle armaturen op deze DALI-bus. Ze reageren dus samen, en de besturing hoeft geen afzonderlijke drivers aan te spreken. Kijk wat er gebeurt bij meer daglicht: ook de armaturen verder van het raam dimmen mee.
Bij een geadresseerde regeling krijgt iedere driver een eigen adres en komt hij in een groep. Zo kan de besturing afzonderlijke armaturen of groepen verschillende opdrachten geven, hier de gevelzone en de binnenzone.
De DALI-bus heeft een busvoeding nodig. Vaak zit die in de besturing, maar dat hoeft niet.
Technische verdieping
- Sensor + aparte besturing: De sensor is hier een DALI-2-invoerapparaat (input device): hij meldt wat hij ziet, maar stuurt het licht niet zelf aan. De besturing (application controller) zit elders in het systeem. Ook de drukknop is hier een invoerapparaat op de DALI-bus.
- Sensor met besturing: De sensor en de besturing (application controller) zitten in hetzelfde product. De drukknop is in dit voorbeeld met een eigen draad aangesloten op een ingang van de sensor.
- De DALI-rollen hebben officieel Engelse namen; hier heten ze: invoerapparaat (input device, een sensor of drukknop die meldt wat er gebeurt), besturing (application controller, beslist wat het licht doet), driver (control gear, stuurt de led in het armatuur aan) en busvoeding (bus power supply).
- Een fysiek product kan meerdere rollen combineren: een sensor kan ook een besturing en een busvoeding bevatten.
- Een single-masterbesturing moet de enige besturing op de DALI-bus zijn.
- Een multi-masterbesturing kan samen met andere geschikte multi-masterbesturingen op één bus werken.
- Invoerapparaten zijn multi-master: er kunnen er meerdere op dezelfde bus zitten.
- Of een besturing single- of multi-master is, en of hij broadcast of groepen gebruikt, hangt af van het product, niet van waar hij hangt.
- De busvoeding kan in de besturing zitten. Er zijn ook besturingen zonder eigen busvoeding: dan komt er een losse busvoeding op de bus. Ook een ander geschikt DALI-product kan de bus voeden, zoals een D4i-driver (een driver met een eigen, ingebouwde busvoeding).
- Alle busvoedingen op één bus leveren samen maximaal 250 mA.
Van drukknop tot lichtmanagement: alle opbouwvarianten stap voor stap
Automatisch aan
- Leeg. De ruimte is leeg en het licht is uit. De sensor blijft actief.
- Binnenkomen. Iemand komt binnen. De sensor ziet beweging en geeft dat door; de besturing zet beide lichtgroepen aan.
- Aan het werk. Iemand gaat aan het bureau zitten. Zolang de sensor iemand ziet, blijft het licht aan. Een geschikte, goed geplaatste sensor ziet ook de kleine bewegingen van iemand die zit te werken.
- Meer daglicht. Er valt meer daglicht binnen. De gevelzone dimt flink terug, de binnenzone een beetje: samen blijft het lichtniveau op peil. Daarvoor regelt de besturing de zones apart: iedere zone meet zelf het licht, of de binnenzone loopt mee met de gevelzone en dimt steeds een vast deel minder.
- Minder daglicht. Neemt het daglicht af, dan regelt de besturing de gevelzone weer op.
- Vertrek. Het werk zit erop: de medewerker loopt naar de deur en verlaat de ruimte. Het licht blijft aan zolang de sensor nog iemand ziet.
- Nalooptijd. De sensor ziet niemand meer. Het licht blijft nog even aan: de nalooptijd loopt. Zo gaat het licht niet uit als iemand even stilzit of kort de ruimte uit is.
- Basislicht. Na de nalooptijd dimt het licht naar een laag basisniveau. Wie nu terugkomt, staat niet in het donker.
- Uit. Na enige tijd gaat ook het basislicht uit. Die tijden stel je in per sensor, groep of ruimte, afhankelijk van het systeem.
Handmatig aan
- Leeg. De ruimte is leeg en het licht is uit.
- Binnenkomen. Iemand komt binnen. De sensor ziet het, maar het licht gaat niet vanzelf aan: de gebruiker beslist.
- Knop. Iemand drukt op de knop bij de deur. De besturing zet beide lichtgroepen aan.
- Aan het werk. Iemand gaat aan het bureau zitten. Vanaf nu let de sensor alleen op of er nog iemand is.
- Vertrek. De medewerker loopt naar de deur en verlaat de ruimte.
- Nalooptijd. De sensor ziet niemand meer: de nalooptijd start, net als bij „Automatisch aan”.
- Uit. Daarna gaat het licht vanzelf uit. Uitzetten gaat dus automatisch; alleen aanzetten doe je zelf. Dit heet ook wel afwezigheidsdetectie.
In 30 seconden
Een lichtsensor aan het plafond meet hoeveel licht de ruimte terugkaatst. Komt er meer daglicht binnen, dan dimt de regeling het kunstlicht terug; wordt het donkerder, dan zet ze het weer hoger.
Meer in het kort
Zo brandt er alleen het kunstlicht dat nog nodig is.
Zo werkt het
Daglichtregeling
Er zijn twee manieren om op daglicht te reageren. Welke van de twee je krijgt, hangt af van het product of het systeem: niet iedere sensor die licht meet, kan ook constant regelen.
- Drempelschakeling — boven een ingestelde lichtwaarde gaat het kunstlicht niet aan. Sommige systemen schakelen het ook uit als het daglicht toeneemt terwijl er iemand is. Schakelen, geen dimmen.
- Constantlichtregeling — het kunstlicht wordt traploos hoger of lager gezet, zodat wat de sensor meet steeds bij de streefwaarde (de ingestelde lichtwaarde) blijft: meer daglicht, minder kunstlicht.
Meer uitleg
Een plafondsensor meet op zijn eigen positie: hij ziet vooral het licht dat werkvlak, vloer en wanden terugkaatsen. Die waarde is niet automatisch gelijk aan de verlichtingssterkte op het werkvlak: hoeveel licht er op het bureau valt, gemeten in lux.
Sommige systemen werken met een luxwaarde, andere met een interne of ter plaatse gekalibreerde streefwaarde. Volg daarom de kalibratiemethode van het gekozen systeem.
Werkt het systeem met een gekalibreerde streefwaarde, dan onthoudt de regeling wat de sensor meet tijdens het kalibreren. Die waarde houdt ze daarna vast.
Komt er meer daglicht binnen, dan stijgt de gemeten waarde. De regeling dimt het kunstlicht dan terug, tot de meting weer bij de streefwaarde ligt. Het kunstlicht vult dus alleen aan wat het daglicht niet levert.
Principe
Waar je bij het meten en instellen op let:
- De sensor ziet vooral het oppervlak eronder. Wit papier op het bureau of een andere vloerbedekking kan de meting veranderen.
- Veel regelingen reageren met opzet vertraagd, zodat niet iedere wolk tot op- en afregelen leidt. Hoe snel, verschilt per systeem.
- Kalibreer in een ingerichte ruimte, en volg de voorwaarden van het systeem, bijvoorbeeld over hoeveel daglicht er tijdens het kalibreren mag zijn.
- Gebruik een luxmeter: het oog ziet kleine verschillen slecht. Meet pas opnieuw als de regeling na een wijziging tot rust is gekomen.
Constantlichtregeling
Regeling die het kunstlicht steeds een beetje hoger of lager zet, zodat wat de lichtsensor meet rond een ingestelde waarde blijft.
Meer over Constantlichtregeling
Bij constantlichtregeling zet de regeling het kunstlicht steeds een beetje hoger of lager, zodat wat de lichtsensor meet bij de streefwaarde blijft. Dat is de gangbare vorm van daglichtregeling in werkruimtes; een drempelschakeling schakelt alleen aan of uit.
Schemerschakelaar
Functie die bij een ingestelde lichtwaarde een andere lichtsituatie oproept, bijvoorbeeld bij schemer.
Meer over Schemerschakelaar
Een schemerschakelaar gebruikt de lichtwaarde van een sensor om een andere lichtsituatie op te roepen: bij schemer de avondverlichting aan, bij voldoende daglicht weer uit. Dat is iets anders dan constantlichtregeling, die het kunstlicht traploos hoger of lager zet.
Zo is het opgebouwd
Technische uitleg
Principe
Een ruimte heeft vaak meer dan één groep nodig: armaturen in de gevelzone (bij het raam) met daglichtregeling, en armaturen in de binnenzone met een vast niveau of een andere regeling.
Principe
Waar de lichtsensor komt:
- Eerst de werkplekken, dan de groepen, dan pas de sensorpositie.
- Voorkom stoorlicht: de sensor mag niet vooral het licht van een armatuur zien. Bij armaturen met licht naar boven is een plafondsensor een aandachtspunt: hij kan dan veel kunstlicht zien.
- Dicht bij het raam kan de regeling meer besparen; dieper in de ruimte kan ze in sommige situaties betrouwbaarder zijn.
- Krijgen de werkplekken ongelijk daglicht, regel dan op de plek met het minste daglicht of deel de ruimte op in regelgebieden.
- Regelen meerdere groepen elk op hun eigen sensor, dan mag het licht van de ene groep de meting van de andere niet verstoren.
In de praktijk
Technische uitleg
Voorbeeld
Een voorbeeld van kalibreren. Volg altijd de methode van het gekozen systeem:
- Zorg dat er zo weinig mogelijk ander licht is, zoals daglicht.
- Leg een luxmeter in het taakgebied: de plek waar het werk gebeurt, bijvoorbeeld op het bureau.
- Stel het kunstlicht in tot de luxmeter de verlichtingssterkte aangeeft die het lichtontwerp vraagt.
- Laat de regeling die situatie als streefwaarde opslaan.
Goed om te weten
- Een luxwaarde op papier garandeert zonder kalibratie op locatie geen correcte verlichting op het werkvlak.
- Hoe handbediening en daglichtregeling samengaan, verschilt per systeem. Leg vast wat er gebeurt als iemand handmatig dimt, en hoe de regeling daarna weer actief wordt.