Vergaderen en presenterenEen vergaderruimte met twee lichtgroepen: boven de tafel en bij het presentatiescherm. Kijk hoe een scène beide lichtgroepen tegelijk instelt en hoe de ruimte daarna weer teruggaat naar de standaard vergaderscène.

Een vergadering

  1. Leeg. De ruimte is leeg en het licht is uit.
  2. Binnenkomen. Drie mensen komen binnen. De sensor ziet aanwezigheid en de besturing activeert de standaard vergaderscène: beide lichtgroepen naar 100 %.
  3. Rustig vergaderen. Iedereen zit aan tafel, met het gezicht naar het scherm. Ook bij rustig vergaderen moet de sensor de mensen aan tafel blijven zien. Stem de plek en het soort sensor daarop af.
  4. Presenteren. Een druk op de knop activeert de presentatiescène: het licht bij het scherm gaat uit en het licht boven de tafel dimt. Zo blijft het scherm goed leesbaar, terwijl er voldoende licht overblijft om aantekeningen te maken.
  5. Terug naar vergaderen. Na de presentatie roept dezelfde knop de standaard vergaderscène weer op: beide lichtgroepen weer naar 100 %. Leg vooraf vast of het systeem na een ingestelde tijd ook vanzelf teruggaat.
  6. Vertrek. De vergadering is afgelopen en iedereen verlaat de ruimte. Het licht blijft aan zolang de sensor nog iemand ziet.
  7. Nalooptijd. De ruimte is leeg. De sensor ziet niemand meer en de nalooptijd start: het licht blijft de ingestelde tijd nog aan.
  8. Uit. Na de nalooptijd gaat het licht automatisch uit. Bij de volgende binnenkomst begint de ruimte weer met de standaard vergaderscène.
Op deze pagina

In 30 seconden

Armaturen die hetzelfde moeten reageren, zet je in dezelfde groep. Aan die groepen koppel je daarna sensoren, drukknoppen en scènes: de groep is de eenheid waarop de regeling werkt.

Zo werkt het

Groepen

Een ruimte is niet automatisch één groep. Wil je in een vergaderruimte de algemene verlichting, de tafelverlichting en de accentverlichting apart schakelen, dimmen of in scènes gebruiken, dan maak je daar drie groepen van.

Meer uitleg

Een kantoor kan een groep in de gevelzone (bij het raam) en een groep in de binnenzone hebben.

De fysieke installatie bepaalt waar armaturen en sensoren zitten en hoe ze zijn aangesloten. Hoe ze samenwerken, leg je pas vast in de configuratie: in groepen, sensorfuncties en scènes.

Op een bus waarop iedere driver een eigen adres heeft, zoals DALI, kun je groepen daardoor vaak opnieuw indelen zonder de busbekabeling te wijzigen.

Principe

Regels die je vaak terugziet:

  • Een drukknop is geen lid van een armaturengroep; je legt apart vast welke groepen of scènes hij bedient.
  • Groepeer pas nadat je ter plaatse hebt vastgesteld welk armatuur waar zit.

Lichtscènes

Vooraf ingestelde lichtsituaties voor één of meer groepen, op te roepen met een knop, een app, een tijdschema of een sensor.

Meer over Lichtscènes

Een lichtscène is een vooraf ingestelde lichtsituatie die je in één keer oproept: met een drukknop, in een app of automatisch, bijvoorbeeld via een tijdschema. Het woord betekent niet in ieder systeem hetzelfde.

Norm

Bij DALI bewaart iedere driver (control gear) zelf zijn niveau per scène, en waar van toepassing ook de kleur. Eén opdracht „ga naar scène” zet alle betrokken drivers op hun eigen opgeslagen niveau. Meer doet een DALI-scène niet.

Voorbeeld

Een lichtmanagementsysteem kan daarnaast eigen lichtsituaties hebben die per groep ook regelfuncties wijzigen, zoals aanwezigheidsdetectie en daglichtregeling. Een andere lichtsituatie kan dan ook het automatische gedrag van een groep veranderen. Dat is gedrag van dat systeem, geen eigenschap van een DALI-scène.

Goed om te weten

  • Ontwerp scènes bewust en test het gedrag in de praktijk, ook na een spanningsonderbreking.

Bekijk het interactief

Broadcast, adres, groep en scène op één DALI-bus

Eén DALI-bus met vier armaturen en een sensor. Kies hoe de besturing een opdracht adresseert en zie welke armaturen reageren.

Broadcast, adres, groep en scène op één DALI-bus Besturing DALI-bus Armatuur 1adres 0Armatuur 2adres 1Armatuur 3adres 2Armatuur 4adres 3Sensorapparaatadres 0 Broadcast, adres, groep en scène op één DALI-bus Besturing DALI-bus Armatuur 1adres 0Armatuur 2adres 1Armatuur 3adres 2Armatuur 4adres 3Sensorapparaatadres 0

Broadcast

Norm

Broadcast is een manier om een DALI-opdracht te adresseren: aan alle drivers op de bus tegelijk. Een opdracht kan ook naar een groep of naar één adres gaan. Nieuwe DALI-drivers reageren af fabriek op broadcast, zonder adres. Voor broadcast hoeven de drivers dus niet te worden ingesteld; de sensor of besturing die de opdrachten geeft soms wel.

Adres

Norm

Per DALI-bus zijn er twee aparte adresruimten: maximaal 64 control gear en daarnaast maximaal 64 control devices. Het zijn twee aparte tellingen, geen gezamenlijk totaal. Een adres zegt welk apparaat het is, niet wat het doet: functionele groepen maak je daarna.

Groep

Norm

Wat de standaard per DALI-bus vastlegt:

OnderdeelPer DALI-bus
Adressen voor control gear (drivers)64
Adressen voor control devices (sensoren, drukknopinterfaces, besturingen)64, apart geteld
Groepen voor control gear16; een driver kan in iedere combinatie van deze groepen zitten
Groepen voor control devices32
Scènes16 per control gear

Scène

Voorbeeldwaarden: ieder armatuur onthoudt per scène zijn eigen niveau.
ScèneArmatuur 1Armatuur 2Armatuur 3Armatuur 4
Scène presentatie20 %20 %60 %60 %
Scène schoonmaak100 %100 %100 %100 %

Norm

Een scène staat in de driver zelf. Iedere driver onthoudt per scène zijn eigen lichtniveau, of de instelling „negeren”: dan reageert hij niet op die scène. Daardoor gaan met één opdracht „ga naar scène” alle betrokken armaturen tegelijk naar hun eigen niveau.

Zo is het opgebouwd

Technische uitleg

Norm

In DALI zelf kan een driver tegelijk lid zijn van meerdere groepen: hij kan in iedere combinatie van de 16 groepen zitten. Sommige lichtregelsystemen gebruiken een eigen groepsindeling, bijvoorbeeld een indeling waarin een armatuur maar bij één groep hoort. Kijk dus hoe het gekozen systeem dat doet.

Goed om te weten

  • Noem groepen naar functie en plek, niet naar adressen. Die namen komen ook terug bij onderhoud, in koppelingen en in de opleverdocumentatie.
  • Deel groepen in naar de kleinste eenheid die apart moet reageren.
  • Een sensor kan meerdere groepen bedienen. Controleer na iedere wijziging in de groepsindeling aan welke groepen hij gekoppeld is.