Groepen en scènes
Armaturen groeperen naar functie, lichtscènes ontwerpen en bewust vastleggen hoe het licht weer automatisch gaat werken.
- Boven de tafel
- Bij het scherm
Een vergadering
- Leeg. De ruimte is leeg en het licht is uit.
- Binnenkomen. Drie mensen komen binnen. De sensor ziet aanwezigheid en de besturing activeert de standaard vergaderscène: beide lichtgroepen naar 100 %.
- Rustig vergaderen. Iedereen zit aan tafel, met het gezicht naar het scherm. Ook bij rustig vergaderen moet de sensor de mensen aan tafel blijven zien. Stem de plek en het soort sensor daarop af.
- Presenteren. Een druk op de knop activeert de presentatiescène: het licht bij het scherm gaat uit en het licht boven de tafel dimt. Zo blijft het scherm goed leesbaar, terwijl er voldoende licht overblijft om aantekeningen te maken.
- Terug naar vergaderen. Na de presentatie roept dezelfde knop de standaard vergaderscène weer op: beide lichtgroepen weer naar 100 %. Leg vooraf vast of het systeem na een ingestelde tijd ook vanzelf teruggaat.
- Vertrek. De vergadering is afgelopen en iedereen verlaat de ruimte. Het licht blijft aan zolang de sensor nog iemand ziet.
- Nalooptijd. De ruimte is leeg. De sensor ziet niemand meer en de nalooptijd start: het licht blijft de ingestelde tijd nog aan.
- Uit. Na de nalooptijd gaat het licht automatisch uit. Bij de volgende binnenkomst begint de ruimte weer met de standaard vergaderscène.
In 30 seconden
Armaturen die hetzelfde moeten reageren, zet je in dezelfde groep. Aan die groepen koppel je daarna sensoren, drukknoppen en scènes: de groep is de eenheid waarop de regeling werkt.
Zo werkt het
Groepen
Een ruimte is niet automatisch één groep. Wil je in een vergaderruimte de algemene verlichting, de tafelverlichting en de accentverlichting apart schakelen, dimmen of in scènes gebruiken, dan maak je daar drie groepen van.
Meer uitleg
Een kantoor kan een groep in de gevelzone (bij het raam) en een groep in de binnenzone hebben.
De fysieke installatie bepaalt waar armaturen en sensoren zitten en hoe ze zijn aangesloten. Hoe ze samenwerken, leg je pas vast in de configuratie: in groepen, sensorfuncties en scènes.
Op een bus waarop iedere driver een eigen adres heeft, zoals DALI, kun je groepen daardoor vaak opnieuw indelen zonder de busbekabeling te wijzigen.
Principe
Regels die je vaak terugziet:
- Een drukknop is geen lid van een armaturengroep; je legt apart vast welke groepen of scènes hij bedient.
- Groepeer pas nadat je ter plaatse hebt vastgesteld welk armatuur waar zit.
Lichtscènes
Vooraf ingestelde lichtsituaties voor één of meer groepen, op te roepen met een knop, een app, een tijdschema of een sensor.
Meer over Lichtscènes
Een lichtscène is een vooraf ingestelde lichtsituatie die je in één keer oproept: met een drukknop, in een app of automatisch, bijvoorbeeld via een tijdschema. Het woord betekent niet in ieder systeem hetzelfde.
Norm
Bij DALI bewaart iedere driver (control gear) zelf zijn niveau per scène, en waar van toepassing ook de kleur. Eén opdracht „ga naar scène” zet alle betrokken drivers op hun eigen opgeslagen niveau. Meer doet een DALI-scène niet.
Voorbeeld
Een lichtmanagementsysteem kan daarnaast eigen lichtsituaties hebben die per groep ook regelfuncties wijzigen, zoals aanwezigheidsdetectie en daglichtregeling. Een andere lichtsituatie kan dan ook het automatische gedrag van een groep veranderen. Dat is gedrag van dat systeem, geen eigenschap van een DALI-scène.
Goed om te weten
- Ontwerp scènes bewust en test het gedrag in de praktijk, ook na een spanningsonderbreking.
Bekijk het interactief
Eén DALI-bus met vier armaturen en een sensor. Kies hoe de besturing een opdracht adresseert en zie welke armaturen reageren.
Broadcast
Norm
Broadcast is een manier om een DALI-opdracht te adresseren: aan alle drivers op de bus tegelijk. Een opdracht kan ook naar een groep of naar één adres gaan. Nieuwe DALI-drivers reageren af fabriek op broadcast, zonder adres. Voor broadcast hoeven de drivers dus niet te worden ingesteld; de sensor of besturing die de opdrachten geeft soms wel.
Adres
Norm
Per DALI-bus zijn er twee aparte adresruimten: maximaal 64 control gear en daarnaast maximaal 64 control devices. Het zijn twee aparte tellingen, geen gezamenlijk totaal. Een adres zegt welk apparaat het is, niet wat het doet: functionele groepen maak je daarna.
Groep
Norm
Wat de standaard per DALI-bus vastlegt:
| Onderdeel | Per DALI-bus |
|---|---|
| Adressen voor control gear (drivers) | 64 |
| Adressen voor control devices (sensoren, drukknopinterfaces, besturingen) | 64, apart geteld |
| Groepen voor control gear | 16; een driver kan in iedere combinatie van deze groepen zitten |
| Groepen voor control devices | 32 |
| Scènes | 16 per control gear |
Scène
| Scène | Armatuur 1 | Armatuur 2 | Armatuur 3 | Armatuur 4 |
|---|---|---|---|---|
| Scène presentatie | 20 % | 20 % | 60 % | 60 % |
| Scène schoonmaak | 100 % | 100 % | 100 % | 100 % |
Norm
Een scène staat in de driver zelf. Iedere driver onthoudt per scène zijn eigen lichtniveau, of de instelling „negeren”: dan reageert hij niet op die scène. Daardoor gaan met één opdracht „ga naar scène” alle betrokken armaturen tegelijk naar hun eigen niveau.
Zo is het opgebouwd
Technische uitleg
Norm
In DALI zelf kan een driver tegelijk lid zijn van meerdere groepen: hij kan in iedere combinatie van de 16 groepen zitten. Sommige lichtregelsystemen gebruiken een eigen groepsindeling, bijvoorbeeld een indeling waarin een armatuur maar bij één groep hoort. Kijk dus hoe het gekozen systeem dat doet.
Goed om te weten
- Noem groepen naar functie en plek, niet naar adressen. Die namen komen ook terug bij onderhoud, in koppelingen en in de opleverdocumentatie.
- Deel groepen in naar de kleinste eenheid die apart moet reageren.
- Een sensor kan meerdere groepen bedienen. Controleer na iedere wijziging in de groepsindeling aan welke groepen hij gekoppeld is.