Zelf in bedrijf stellen: één kantoorruimte in zes stappen

Een voorbeeld met een bus waarop ieder apparaat een eigen adres krijgt. Vier armaturen en een sensor zijn gemonteerd en aangesloten. Zoek ze, bepaal hun plek, maak groepen en stel de sensor in. Controleer daarna ter plaatse en test of de ruimte doet wat de functionele omschrijving vraagt.

Zelf in bedrijf stellen: één kantoorruimte in zes stappen raam deur Gevel vooradres 7Gevel achteradres 2Binnen vooradres 12Binnen achteradres 4 sensor

1 Vinden

Alles is gemonteerd en aangesloten. Laat de besturing zoeken: ieder apparaat dat ze vindt, krijgt een adres. Welk adres bij welk armatuur hoort, weet ze dan nog niet. De adressen hier zijn een voorbeeld; de volgorde zegt niets over de plek.

  • adres 2
  • adres 4
  • adres 7
  • adres 12

Principe Vinden — de apparaten worden gevonden of herkend. Werkt het systeem met adressen, dan krijgt ieder apparaat een adres.

2 Plek bepalen

Laat een adres knipperen en kijk welk armatuur reageert. Wijs dat armatuur aan: pas dan weet je welk adres bij welke plek hoort.

  • adres 2 Gevel achter
  • adres 4 Binnen achter
  • adres 7 Gevel voor
  • adres 12 Binnen voor

Principe Plek bepalen — je koppelt ieder apparaat aan zijn werkelijke plek, bijvoorbeeld door het te laten knipperen.

3 Groeperen

Volgens de functionele omschrijving regelt de gevelzone (bij het raam) apart van de binnenzone. Zet ieder armatuur in de juiste groep.

Opdracht: de gevelzone en de binnenzone elk in een eigen groep.
ArmatuurGevelzoneBinnenzone
Gevel voor
Gevel achter
Binnen voor
Binnen achter

Principe Groeperen — je zet de armaturen in groepen volgens de functionele omschrijving.

4 Functie instellen

De sensor schakelt beide groepen op aanwezigheid; alleen de gevelzone regelt ook terug op daglicht. Stel dat in.

Wat doet de sensor per groep?

Principe Functie instellen — je stelt sensorfuncties, bediening en scènes in volgens de functionele omschrijving.

5 Fysiek controleren

Wat in de software staat, klopt ter plaatse niet vanzelf. Roep iedere groep op en kijk of precies de armaturen van die groep reageren, en geen andere.

Principe Fysiek gecontroleerd — ter plaatse reageert het juiste apparaat. Je drukt bijvoorbeeld op de knop bij de deur en precies de bijbehorende armaturen reageren.

6 Functioneel testen

Test ter plaatse: loop binnen, laat de zon schijnen en ga weg. Doet de ruimte wat de functionele omschrijving vraagt? Zo niet, dan zie je hier welk armatuur afwijkt.

Principe Functioneel getest — de ruimte doet wat de functionele omschrijving vraagt: nalooptijden, basislicht, daglicht, bediening en herstel na een spanningsonderbreking.

Op deze pagina

In 30 seconden

In bedrijf stellen (commissioning) is de weg van een gemonteerde installatie naar een werkend systeem dat je kunt overdragen. Je vindt de apparaten, bepaalt hun plek, deelt ze in groepen in en stelt de functies in.

Meer in het kort

Daarna controleer en test je ter plaatse en leg je alles vast. De basis is de functionele omschrijving: de afspraak over wat iedere ruimte moet doen.

Zo werkt het

Principe

Onderscheid drie niveaus. Een ruimte is pas klaar als alle drie kloppen:

  • Geconfigureerd — in de software staan groepen, sensoren en scènes zoals bedoeld.
  • Fysiek gecontroleerd — ter plaatse reageert het juiste apparaat. Je drukt bijvoorbeeld op de knop bij de deur en precies de bijbehorende armaturen reageren.
  • Functioneel getest — de ruimte doet wat de functionele omschrijving vraagt: nalooptijden, basislicht, daglicht, bediening en herstel na een spanningsonderbreking.
Meer uitleg

Principe

Een gangbare volgorde: eerst moet de installatie gereed zijn, dan volgen de zes stappen van het in bedrijf stellen, en tot slot de overdracht.

  1. Installatie gereed — voeding, bekabeling en netwerk zijn volgens het ontwerp aangelegd en gecontroleerd.
  2. Vinden — de apparaten worden gevonden of herkend. Werkt het systeem met adressen, dan krijgt ieder apparaat een adres.
  3. Plek bepalen — je koppelt ieder apparaat aan zijn werkelijke plek, bijvoorbeeld door het te laten knipperen.
  4. Groeperen — je zet de armaturen in groepen volgens de functionele omschrijving.
  5. Functie instellen — je stelt sensorfuncties, bediening en scènes in volgens de functionele omschrijving.
  6. Fysiek controleren — je kijkt ter plaatse of het juiste apparaat reageert, en geen ander.
  7. Functioneel testen — je test per ruimte, met echte beweging en genoeg tijd.
  8. Documenteren en overdragen — opleverrapport, instellingen, back-up en toegang.

Zo is het opgebouwd

Technische uitleg

Checklist per ruimte:

NiveauWat je controleertWanneer het klopt
Geconfigureerdgroepsnamen, armaturen per groep, sensorfuncties, knoppen, scènesalles staat zoals in de functionele omschrijving
Fysiek gecontroleerdiedere groep, iedere sensor, iedere knop ter plaatsehet juiste apparaat reageert, en geen ander
Functioneel getestnalooptijden, basislicht, daglicht, bediening, herstel na een spanningsonderbrekinghet gedrag in de tijd past bij wat de gebruiker nodig heeft

Principe

De functionele omschrijving legt per ruimte vast welke groepen er zijn, wat er automatisch gebeurt, wat de gebruiker zelf kan doen en hoe de ruimte terugkeert naar de normale toestand. Zonder die omschrijving test je op basis van een aanname.

In de praktijk

Technische uitleg

Principe

Wat je bij de overdracht vastlegt:

  • De ingestelde groepen, functies en scènes, en de testresultaten.
  • Een actuele back-up van de configuratie.
  • Wie het systeem beheert, met welke rechten, en hoe de toegang is geregeld.
  • Wat er buiten de oplevering valt, zoals koppelingen die nog getest moeten worden.

Goed om te weten

  • Dat alles in de software klopt, betekent nog niet dat de ruimte klaar is. Dat is pas zo na een fysieke controle en een functionele test ter plaatse.
  • Een bezoek voor het in bedrijf stellen is niet bedoeld om de installatie eerst nog af te maken. Controleer daarom vooraf of de installatie gereed is.