In bedrijf stellen en testen
Bij het in bedrijf stellen is een ruimte pas klaar als ze geconfigureerd, fysiek gecontroleerd en functioneel getest is. Met de stappen, een checklist per ruimte en de overdracht.
Een voorbeeld met een bus waarop ieder apparaat een eigen adres krijgt. Vier armaturen en een sensor zijn gemonteerd en aangesloten. Zoek ze, bepaal hun plek, maak groepen en stel de sensor in. Controleer daarna ter plaatse en test of de ruimte doet wat de functionele omschrijving vraagt.
Zoek eerst de apparaten bij stap 1: daarna kun je hier verder.
1 Vinden
Alles is gemonteerd en aangesloten. Laat de besturing zoeken: ieder apparaat dat ze vindt, krijgt een adres. Welk adres bij welk armatuur hoort, weet ze dan nog niet. De adressen hier zijn een voorbeeld; de volgorde zegt niets over de plek.
- adres 2
- adres 4
- adres 7
- adres 12
Principe Vinden — de apparaten worden gevonden of herkend. Werkt het systeem met adressen, dan krijgt ieder apparaat een adres.
2 Plek bepalen
Laat een adres knipperen en kijk welk armatuur reageert. Wijs dat armatuur aan: pas dan weet je welk adres bij welke plek hoort.
- adres 2 Gevel achter
- adres 4 Binnen achter
- adres 7 Gevel voor
- adres 12 Binnen voor
Welk armatuur knippert? Wijs het aan.
Principe Plek bepalen — je koppelt ieder apparaat aan zijn werkelijke plek, bijvoorbeeld door het te laten knipperen.
3 Groeperen
Volgens de functionele omschrijving regelt de gevelzone (bij het raam) apart van de binnenzone. Zet ieder armatuur in de juiste groep.
| Armatuur | Gevelzone | Binnenzone |
|---|---|---|
| Gevel voor | ||
| Gevel achter | ||
| Binnen voor | ||
| Binnen achter |
Principe Groeperen — je zet de armaturen in groepen volgens de functionele omschrijving.
4 Functie instellen
De sensor schakelt beide groepen op aanwezigheid; alleen de gevelzone regelt ook terug op daglicht. Stel dat in.
Principe Functie instellen — je stelt sensorfuncties, bediening en scènes in volgens de functionele omschrijving.
5 Fysiek controleren
Wat in de software staat, klopt ter plaatse niet vanzelf. Roep iedere groep op en kijk of precies de armaturen van die groep reageren, en geen andere.
Roep een groep op:
Principe Fysiek gecontroleerd — ter plaatse reageert het juiste apparaat. Je drukt bijvoorbeeld op de knop bij de deur en precies de bijbehorende armaturen reageren.
6 Functioneel testen
Test ter plaatse: loop binnen, laat de zon schijnen en ga weg. Doet de ruimte wat de functionele omschrijving vraagt? Zo niet, dan zie je hier welk armatuur afwijkt.
Principe Functioneel getest — de ruimte doet wat de functionele omschrijving vraagt: nalooptijden, basislicht, daglicht, bediening en herstel na een spanningsonderbreking.
In 30 seconden
In bedrijf stellen (commissioning) is de weg van een gemonteerde installatie naar een werkend systeem dat je kunt overdragen. Je vindt de apparaten, bepaalt hun plek, deelt ze in groepen in en stelt de functies in.
Meer in het kort
Daarna controleer en test je ter plaatse en leg je alles vast. De basis is de functionele omschrijving: de afspraak over wat iedere ruimte moet doen.
Zo werkt het
Principe
Onderscheid drie niveaus. Een ruimte is pas klaar als alle drie kloppen:
- Geconfigureerd — in de software staan groepen, sensoren en scènes zoals bedoeld.
- Fysiek gecontroleerd — ter plaatse reageert het juiste apparaat. Je drukt bijvoorbeeld op de knop bij de deur en precies de bijbehorende armaturen reageren.
- Functioneel getest — de ruimte doet wat de functionele omschrijving vraagt: nalooptijden, basislicht, daglicht, bediening en herstel na een spanningsonderbreking.
Meer uitleg
Principe
Een gangbare volgorde: eerst moet de installatie gereed zijn, dan volgen de zes stappen van het in bedrijf stellen, en tot slot de overdracht.
- Installatie gereed — voeding, bekabeling en netwerk zijn volgens het ontwerp aangelegd en gecontroleerd.
- Vinden — de apparaten worden gevonden of herkend. Werkt het systeem met adressen, dan krijgt ieder apparaat een adres.
- Plek bepalen — je koppelt ieder apparaat aan zijn werkelijke plek, bijvoorbeeld door het te laten knipperen.
- Groeperen — je zet de armaturen in groepen volgens de functionele omschrijving.
- Functie instellen — je stelt sensorfuncties, bediening en scènes in volgens de functionele omschrijving.
- Fysiek controleren — je kijkt ter plaatse of het juiste apparaat reageert, en geen ander.
- Functioneel testen — je test per ruimte, met echte beweging en genoeg tijd.
- Documenteren en overdragen — opleverrapport, instellingen, back-up en toegang.
Zo is het opgebouwd
Technische uitleg
Checklist per ruimte:
| Niveau | Wat je controleert | Wanneer het klopt |
|---|---|---|
| Geconfigureerd | groepsnamen, armaturen per groep, sensorfuncties, knoppen, scènes | alles staat zoals in de functionele omschrijving |
| Fysiek gecontroleerd | iedere groep, iedere sensor, iedere knop ter plaatse | het juiste apparaat reageert, en geen ander |
| Functioneel getest | nalooptijden, basislicht, daglicht, bediening, herstel na een spanningsonderbreking | het gedrag in de tijd past bij wat de gebruiker nodig heeft |
Principe
De functionele omschrijving legt per ruimte vast welke groepen er zijn, wat er automatisch gebeurt, wat de gebruiker zelf kan doen en hoe de ruimte terugkeert naar de normale toestand. Zonder die omschrijving test je op basis van een aanname.
In de praktijk
Technische uitleg
Principe
Wat je bij de overdracht vastlegt:
- De ingestelde groepen, functies en scènes, en de testresultaten.
- Een actuele back-up van de configuratie.
- Wie het systeem beheert, met welke rechten, en hoe de toegang is geregeld.
- Wat er buiten de oplevering valt, zoals koppelingen die nog getest moeten worden.
Goed om te weten
- Dat alles in de software klopt, betekent nog niet dat de ruimte klaar is. Dat is pas zo na een fysieke controle en een functionele test ter plaatse.
- Een bezoek voor het in bedrijf stellen is niet bedoeld om de installatie eerst nog af te maken. Controleer daarom vooraf of de installatie gereed is.