DALI
Hoe DALI werkt: de bus, de rollen van apparaten, adressen, groepen en scènes, busvoeding en bekabeling.
- Twee draden, één bus: alle apparaten hangen eraan.
- De sensor of knop meldt. De besturing beslist. De driver voert uit. (Sensoren en knoppen zijn pas met DALI-2 vastgelegd.)
- Een opdracht gaat naar één adres, naar een groep of naar alle apparaten tegelijk (broadcast).
- DALI — bedraad · twee draden
- DALI-2 — actuele generatie · gecertificeerd
- D4i — uitbreiding van DALI-2. Sensor of draadloze module: gevoed door de driver
- DALI+ — draadloos en IP
- Gateway — draadloos ↔ DALI
- Bluetooth NLC — draadloos · Bluetooth Mesh. NLC-profielen: armatuurregelaar, aanwezigheidssensor, lichtsensor, scènekiezer, dimbediening, energiemeter, thermostaat
DALI bedraad · twee draden
Wat het is
Een internationale standaard voor digitale lichtsturing over twee draden: de DALI-bus. Drivers krijgen opdrachten om te schakelen, te dimmen of een scène op te roepen, en geven antwoord. Minimaal nodig: een busvoeding (los of ingebouwd), een besturing (apart, of ingebouwd in bijvoorbeeld een sensor) en de drivers.
Wat het níét is
- Geen voeding voor de armaturen: die houden hun eigen netvoeding.
- Geen 1–10 V (een oudere, analoge manier van dimmen): het lichtniveau staat in een digitaal bericht, niet in de hoogte van een spanning.
- Geen product of fabrikant en geen compleet systeem: het is de taal op de bus.
Hoe het zich verhoudt
De basis van de familie. De eerste generatie heet DALI version-1. DALI-2 is de actuele generatie. D4i is een uitbreiding daarvan voor het armatuur zelf. DALI+ brengt dezelfde opdrachten naar draadloze netwerken en IP-netwerken (netwerken met internettechniek). Bluetooth NLC is een aparte, draadloze standaard die via een armatuurregelaar of een gateway met DALI kan samenwerken.
DALI-2 actuele generatie · gecertificeerd
Wat het is
De actuele generatie van DALI. Naast drivers zijn nu ook sensoren, drukknopinterfaces, besturingen (application controllers) en busvoedingen gestandaardiseerd, en producten worden gecertificeerd.
Wat het níét is
- Geen nieuwe bekabeling: dezelfde twee draden en dezelfde bus.
- Niet te bewijzen met alleen een logo: of een product gecertificeerd is, staat in de productdatabase van de DALI Alliance.
- Geen draadloze techniek.
Hoe het zich verhoudt
Iedere DALI-2-driver is ook een DALI-driver en werkt naar verwachting in een ouder systeem. Andersom werkt een oudere driver naar verwachting ook met een DALI-2-besturing, maar zonder de nieuwe functies.
D4i uitbreiding van DALI-2
Wat het is
Een uitbreiding van DALI-2 voor het armatuur zelf, geen nieuwe generatie. De driver heeft een eigen busvoeding (deel 250) voor een sensor of module in of op het armatuur. Daarnaast bewaart hij armatuur-, energie- en diagnosegegevens in een vast formaat (delen 251 tot 253).
Wat het níét is
- Geen apart protocol en geen opvolger van DALI-2: het is DALI-2 met extra verplichte delen.
- Geen draadloze lichtsturing: een D4i-armatuur kán een draadloze module voeden en aansluiten (deel 351), maar de regeling in het armatuur blijft DALI over draad.
- Geen beheersysteem: de gegevens zijn er, maar een besturing of beheersysteem moet ze uitlezen.
Hoe het zich verhoudt
Iedere D4i-driver is ook een DALI-2-driver, maar niet andersom. D4i is vooral bedoeld voor een korte bus binnen het armatuur; meerdere D4i-armaturen kunnen ook samen op één DALI-bus zitten. Een draadloze module op het armatuur praat draadloos met de rest van het systeem, maar met de driver via die korte DALI-bus.
Bluetooth NLC draadloos · Bluetooth Mesh
Wat het is
NLC staat voor Networked Lighting Control: lichtsturing via een netwerk. Het zijn specificaties van de Bluetooth SIG, de organisatie achter Bluetooth. Ze bouwen voort op Bluetooth LE en Bluetooth Mesh (een meshnetwerk: apparaten geven berichten aan elkaar door). Per soort apparaat leggen ze vast wat het doet: armatuurregelaar, sensoren, scènekiezer, dimbediening, energiemeter en thermostaat.
Wat het níét is
- Geen DALI en geen opvolger ervan: een aparte standaard, via radio in plaats van een bus.
- Niet „gewoon Bluetooth”: een apparaat met Bluetooth is niet vanzelf een NLC-apparaat.
- Geen garantie dat twee producten samenwerken: controleer de concrete combinatie.
Hoe het zich verhoudt
Staat naast de DALI-familie. De armatuurregelaar kan een driver direct aansturen of via een DALI-bus; een gateway (DALI deel 341) verbindt een draadloos NLC-systeem met DALI-drivers.
DALI+ draadloos en IP
Wat het is
DALI over draadloze netwerken en IP-netwerken: dezelfde DALI-opdrachten, maar niet over de twee draden van de bus. De eerste uitwerking gebruikt Thread, een draadloos netwerk op basis van IP.
Wat het níét is
- Geen gateway: er wordt niets vertaald, het is DALI zelf.
- Geen Bluetooth NLC of Zigbee.
- Geen DALI-2-certificering: DALI+ heeft een eigen certificering.
Hoe het zich verhoudt
Hoort bij de DALI-familie, naast DALI-2 en D4i. Een bridge (een koppelstuk zonder vertaling) verbindt DALI+ met een bedrade DALI-2- of D4i-bus; een gateway is er juist voor de vertaling naar een ander draadloos systeem.
Gateway draadloos ↔ DALI
Wat het is
Een vertaler tussen een draadloos systeem en een bedrade DALI-bus. Deel 341 van de DALI-specificaties beschrijft zo’n gateway voor Bluetooth NLC; deel 342 doet dat voor Zigbee.
Wat het níét is
- Geen standaard op zich: hij verbindt er twee.
- Niet hetzelfde als een gateway naar gebouwbeheer, bijvoorbeeld via BACnet (een communicatieprotocol voor gebouwbeheer): die koppelt de lichtsturing aan andere gebouwsystemen.
Hoe het zich verhoudt
Via de gateway regelt het draadloze systeem het lichtniveau en de dimtijd van DALI-drivers en vraagt het lampstoringen op. De drivers geven armatuur-, energie- en diagnosegegevens door. De gateway stuurt de aangesloten DALI-drivers op zijn bedrade uitgang gezamenlijk aan (broadcast). Hij maakt er geen afzonderlijk geadresseerde draadloze lampen van.
Zo hangt het samen
- DALI. Twee draden, één bus. Een besturing stuurt opdrachten; die kan ook in een sensor zitten. De drivers schakelen, dimmen en geven antwoord.
- DALI-2. Op dezelfde bus komen gestandaardiseerde sensoren, knoppen en besturingen. Producten worden getest en gecertificeerd.
- D4i. Geen nieuwe generatie, maar een uitbreiding van DALI-2 in het armatuur zelf. De driver voedt een korte bus voor een sensor of een draadloze module, en geeft armatuur-, energie- en diagnosegegevens door. Ook met een draadloze module blijft dit DALI.
- DALI+. Dezelfde DALI-opdrachten, maar via een draadloos of IP-netwerk in plaats van de bus. Geen vertaling, en op het netwerk zelf geen klassieke DALI-busvoeding. Een bridge verbindt het met een bedrade bus; die bus heeft wel een busvoeding.
- Bluetooth NLC. Draadloos: apparaten praten via Bluetooth Mesh. De NLC-profielen leggen vast wat de armatuurregelaar, de sensoren, de knoppen, de energiemeter en de thermostaat doen.
- Samen. Een gateway verbindt beide systemen: het draadloze systeem stuurt DALI-drivers aan en leest hun gegevens uit.
Welke LMS-functie zit waar?
Per functie: hoe die in ieder begrip is vastgelegd. Kies een functie om het in de tekening te zien.
| Functie | DALI | DALI-2 | D4i | Bluetooth NLC |
|---|---|---|---|---|
| Schakelen en dimmen | in de driverDe driver voert schakel- en dimopdrachten uit. | in de driverDezelfde opdrachten, met dimtijden van 0,1 s tot 16 min. | D4i-driverEen D4i-driver is ook een DALI-2-driver. | armatuurregelaarDe armatuurregelaar regelt het licht, direct of via een DALI-bus naar de driver. |
| Groepen en scènes | 16 groepen · 16 scènesEen driver kan in meerdere van de 16 groepen zitten en onthoudt per scène (16) zijn eigen niveau. | ook voor sensoren en knoppenDaarnaast 32 groepen voor sensoren, knoppen en besturingen (control devices). | zoals DALI-2Zoals bij DALI-2. | scènekiezerScènes oproepen met een scènekiezer (profiel Basic Scene Selector). |
| Aanwezigheid | niet in DALI version-1Sensoren waren in DALI version-1 eigen producten van fabrikanten, geen standaard. | deel 303Een aanwezigheidssensor als invoerapparaat (input device); de besturing beslist. | sensor op het armatuurOptioneel: een sensor op of in het armatuur, aangesloten volgens deel 351; de sensorfunctie zelf volgens deel 303. | aanwezigheidssensorProfiel Occupancy Sensor; de armatuurregelaar reageert op de melding. |
| Daglicht | niet in DALI version-1Sensoren waren in DALI version-1 eigen producten van fabrikanten, geen standaard. | deel 304Een lichtsensor als invoerapparaat; de besturing regelt het licht. | sensor op het armatuurOptioneel: een lichtsensor op of in het armatuur, aangesloten volgens deel 351; de sensorfunctie zelf volgens deel 304. | lichtsensorProfiel Ambient Light Sensor: meldt het lichtniveau in een ruimte. |
| Bediening | niet in DALI version-1Drukknopinterfaces waren in DALI version-1 eigen producten van fabrikanten, geen standaard. | delen 301 en 302Drukknoppen (301) en schuif- of draairegelaars (302) als invoerapparaat. | via DALI-2Niet D4i-specifiek: de bediening hangt als DALI-2-invoerapparaat aan de bus. | dimbediening · scènekiezerProfielen Dimming Control (bijvoorbeeld aan de wand) en Basic Scene Selector. |
| Energiegegevens | geen vast formaat in DALI version-1Geen vastgelegd formaat voor energiegegevens. | deel 252 optioneelBij DALI-2-certificering is deel 252 optioneel. | deel 252 verplichtDeel 252 (energiegegevens) is verplicht in iedere D4i-driver. | energiemeterProfiel Energy Monitor: een product dat het energieverbruik meldt. |
| Diagnose en onderhoud | lampstoringStatus en lampstoring opvragen. | deel 253 optioneelUitgebreide diagnose- en onderhoudsgegevens zijn optioneel. | deel 253 verplichtStoringen, bedrijfsduur en bedrijfsgegevens van driver en lichtbron. | geen eigen NLC-profielGeen apart NLC-profiel voor diagnose (profielen versie 1.0.1). |
| Koppeling met gebouwbeheer | via gatewayNiet in de standaard zelf: via een gateway of besturing. | via gatewayEen gateway naar een extern netwerk zit vaak in de besturing. | via gatewayDe gegevens gaan via een besturing of gateway naar een beheersysteem. | via gatewayEen koppeling met gebouwbeheer staat niet in de NLC-profielen; die loopt via een gateway van het systeem. Het HVAC-profiel legt wel vast hoe een thermostaat aanwezigheidsmeldingen uit het meshnetwerk gebruikt. |
in de standaard optioneel via een ander onderdeel niet vastgelegd
Vergelijking op hoofdlijnen
| DALI | DALI-2 | D4i | Bluetooth NLC | |
|---|---|---|---|---|
| Verbinding | twee draden: de DALI-bus | dezelfde twee draden | DALI-bus, vooral binnen het armatuur | radio: Bluetooth LE en Bluetooth Mesh |
| Wat is vastgelegd | drivers en hun opdrachten | ook sensoren, knoppen, besturingen en busvoedingen | busvoeding in de driver en de gegevensdelen 251 tot 253 | wat iedere soort apparaat doet (zes verlichtingsprofielen en een HVAC-profiel) |
| Wie legt het vast | IEC (IEC 62386) en de DALI Alliance | IEC en de DALI Alliance | DALI Alliance | Bluetooth SIG |
| Borging | fabrikanten kunnen geen nieuwe producten meer als DALI version-1 laten registreren | certificering; gecertificeerde producten staan in de productdatabase van de DALI Alliance | certificering bovenop DALI-2; ook in de productdatabase | profielspecificaties, versie 1.0.1 (2024); HVAC-profiel versie 1.0 (2025) |
Op deze pagina
In 30 seconden
Norm
DALI is een internationale standaard voor digitale lichtsturing, vastgelegd in IEC 62386 en de specificaties van de DALI Alliance. Over twee draden, de DALI-bus, gaan opdrachten om te schakelen en te dimmen.
Meer in het kort
Norm
Over dezelfde draden komen antwoorden terug. Een armatuur met DALI heeft twee aansluitingen: de netvoeding voor de energie en de DALI-bus voor de opdrachten. In een DALI-installatie gebeurt schakelen en dimmen via de bus, niet door de netvoeding in en uit te schakelen.
Zo werkt het
DALI
Praktijkregel
Van eenvoudig naar uitgebreid: drie manieren om een DALI-installatie op te bouwen.
| Opbouw | Wat je nodig hebt | Waar je het instelt | Wat het kan |
|---|---|---|---|
| Zelfstandig | een sensor met ingebouwde besturing, een busvoeding (vaak in de sensor, soms los) en de DALI-drivers | in de sensor: nalooptijd, lichtniveau, basislicht, automatisch of handmatig inschakelen; met instelwieltjes, een afstandsbediening of een app. De drivers hoeven meestal geen adres te krijgen | licht regelen op aanwezigheid en daglicht in één ruimte. Grenzen: alle armaturen op een uitgang doen hetzelfde, of de sensor regelt een paar vaste groepen. Je kunt er zoveel drivers op aansluiten als de ingebouwde busvoeding toelaat, vaak minder dan 64. Extra sensoren voeg je alleen toe als uitbreiding van dezelfde fabrikant; drukknoppen sluit je aan op een ingang van de sensor. Geen tweede besturing op de bus en geen centraal beheer |
| Met een aparte besturing | een besturing (application controller), meestal met ingebouwde busvoeding, en losse sensoren, drukknoppen en drivers op dezelfde bus | met instelsoftware of een app: adressen, groepen en scènes komen in de drivers, sensorinstellingen in de sensoren, de regels in de besturing | groepen, scènes, meerdere sensoren en knoppen, daglichtregeling per zone. Of de besturing losse sensoren en knoppen kan gebruiken, hangt af van het soort besturing: single-master of multi-master |
| Lichtmanagementsysteem | besturingen of gateways per bus, verbonden via een netwerk | centraal, voor meerdere ruimtes of het hele gebouw | centraal beheer, gegevens en koppeling met gebouwbeheer |
Norm
Drie rollen op een DALI-2-bus:
| Rol | Wat het doet | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Invoerapparaat (input device) | meldt wat er gebeurt | aanwezigheid, een lichtwaarde, een druk op een knop |
| Besturing (application controller) | beslist wat het licht doet en stuurt de opdracht | bij een melding van aanwezigheid: licht naar het aanwezigheidsniveau |
| Driver (control gear) | voert de lichtopdracht uit | dimniveau, scène, aan of uit |
Schematisch. Invoerapparaten melden, de besturing beslist, de drivers voeren uit. Alle drie zitten op dezelfde DALI-bus; alleen de armaturen hebben daarnaast hun netvoeding.
- DALI-bus (opdrachten en meldingen)
- Netvoeding van de armaturen
- Informatiestroom: geen kabel, maar wat er gebeurt
- Invoerapparaten (input devices) — sensoren en drukknopinterfaces melden wat er gebeurt: aanwezigheid, licht, een druk op de knop.
- Besturing (application controller) — gebruikt die meldingen, beslist wat er moet gebeuren en stuurt de drivers aan.
- Drivers (control gear) — de drivers in de armaturen voeren de opdrachten uit: schakelen en dimmen.
- DALI-bus — één bus voor alle drie de rollen; drivers en control devices hebben elk een eigen reeks adressen.
- Netvoeding — alleen de armaturen hangen ook aan de netvoeding; de DALI-bus schakelt die voeding niet.
Meer uitleg
Norm
Wat heb je eraan?
- Digitaal schakelen en dimmen, zonder de netvoeding in en uit te schakelen.
- Ieder apparaat kan een eigen adres krijgen. Je stuurt armaturen dan los, in groepen of allemaal tegelijk aan.
- Groepen en scènes leg je vast met instelopdrachten over dezelfde twee draden. Een andere indeling vraagt geen andere bekabeling.
- Apparaten met een adres antwoorden: je kunt het lichtniveau opvragen, of nagaan of er een lampstoring is.
Norm
De standaard kent drie soorten apparaten. Eén product kan er meerdere combineren, bijvoorbeeld een besturing met een ingebouwde busvoeding.
- Busvoeding (bus power supply) — houdt de bus onder spanning, zodat de apparaten kunnen communiceren.
- Driver (control gear) — het voedingsapparaat in het armatuur: zet de netvoeding om voor de lichtbron en voert de DALI-opdrachten uit.
- Control devices — de verzamelnaam voor besturingen en invoerapparaten. Welke rol die twee hebben, staat in de tabel hieronder.
Norm
Armaturen, sensoren en drukknopinterfaces (die gewone drukknoppen met de bus verbinden) hangen parallel aan dezelfde twee draden. Je trekt dus geen aparte kabel per soort apparaat: drivers en control devices delen één bus.
Norm
Wel heeft elk van die twee soorten een eigen reeks adressen (adresruimte).
Norm
Over de bus gaan drie soorten opdrachten:
- Besturen — bijvoorbeeld naar een lichtniveau dimmen, een scène oproepen of uitschakelen.
- Instellen — bijvoorbeeld de dimtijd, het lichtniveau van een scène of de groep van een drukknop wijzigen.
- Bevragen — bijvoorbeeld het actuele lichtniveau opvragen.
- Een opdracht gaat naar één apparaat (via zijn adres), naar een groep, of naar alle apparaten tegelijk (broadcast).
DALI is digitaal: over de twee draden gaan berichten met een opdracht of een vraag. Het lichtniveau staat in de opdracht zelf.
Het hangt niet af van de spanning op de bus; die is in rust typisch 16 V. Dat is anders dan bij een analoge 1–10 V-sturing, waar de hoogte van de stuurspanning het dimsignaal is.
Control gear
De DALI-naam voor de driver of het voorschakelapparaat: zet de netvoeding om voor de lichtbron en voert DALI-opdrachten uit.
Meer over Control gear
Norm
Control gear levert het vermogen aan de lichtbron en regelt daarmee de lichtopbrengst. Een led-driver zet bijvoorbeeld de netspanning om in een geregelde gelijkstroom voor de leds. Daarnaast voert hij de DALI-opdrachten uit: aan, uit, dimmen, een scène oproepen.
Norm
Een paar soorten control gear uit IEC 62386, met het deel van de norm en het device type (DT):
| Deel | Soort control gear |
|---|---|
| 202 (DT1) | noodverlichting met eigen accu |
| 207 (DT6) | led-drivers |
| 208 (DT7) | schakelen met een relais, zonder dimmen |
| 209 (DT8) | kleursturing, zoals instelbaar wit (tunable white) |
Busvoeding
Houdt de DALI-bus onder spanning, zodat de apparaten erover kunnen communiceren. Ze voedt de armaturen niet.
Meer over Busvoeding
Norm
Iedere DALI-bus heeft een busvoeding nodig. Die kan een los product zijn of ingebouwd zijn in een besturing of driver. Alle busvoedingen op één bus leveren samen maximaal 250 mA. De busspanning is typisch 16 V.
Een busvoeding is geen besturing: ze houdt de bus onder spanning, maar beslist niets. Wat de verlichting doet, bepaalt de besturing (application controller).
Zo is het opgebouwd
DALI
Technische uitleg
Norm
Per DALI-bus zijn er twee aparte adresruimten: maximaal 64 control gear en daarnaast maximaal 64 control devices. Het zijn twee aparte tellingen, geen gezamenlijk totaal. Een adres zegt welk apparaat het is, niet wat het doet: functionele groepen maak je daarna.
Norm
Wat de standaard per DALI-bus vastlegt:
| Onderdeel | Per DALI-bus |
|---|---|
| Adressen voor control gear (drivers) | 64 |
| Adressen voor control devices (sensoren, drukknopinterfaces, besturingen) | 64, apart geteld |
| Groepen voor control gear | 16; een driver kan in iedere combinatie van deze groepen zitten |
| Groepen voor control devices | 32 |
| Scènes | 16 per control gear |
Norm
Een scène staat in de driver zelf. Iedere driver onthoudt per scène zijn eigen lichtniveau, of de instelling „negeren”: dan reageert hij niet op die scène. Daardoor gaan met één opdracht „ga naar scène” alle betrokken armaturen tegelijk naar hun eigen niveau.
Norm
Een adres is niet altijd één armatuur. Een driver met twee los regelbare uitgangen gebruikt twee adressen. Andersom kan één invoerapparaat, zoals een drukknopinterface, meerdere ingangen (instances) hebben op één adres: tot 32 per product.
Norm
Eén of meer besturingen op één bus. Een single-master moet de enige besturing op de bus zijn. Een multi-master kan samen met andere besturingen op één bus zitten.
| Vraag | Single-master | Multi-master |
|---|---|---|
| Hoeveel op één bus | maar één | meer dan één, als de fabrikanten zeggen dat ze samenwerken |
| Losse sensoren en knoppen | hooguit door ze te bevragen, als het product dat ondersteunt; geen meldingen | ja, ook als ze uit zichzelf een melding sturen |
| Uitbreiden met een tweede besturing | kan niet | kan, als beide dat ondersteunen |
Norm
Nieuwe DALI-apparaten reageren af fabriek op broadcast: een opdracht aan alle apparaten tegelijk. Zonder adressen werkt een bus dan als één groep: alle armaturen gaan samen naar hetzelfde niveau, ongeveer zoals bij 1–10 V, een oudere, analoge manier van dimmen. Wil je armaturen apart of in groepen regelen, of per armatuur iets opvragen, zoals een lampstoring, dan moeten ze eerst een adres krijgen.
Principe
Bij eenvoudige sensoren die met broadcast werken, bepaalt de bekabeling welke armaturen samen reageren. Heeft zo’n sensor twee regelkanalen, dan zijn dat vaak twee aparte DALI-uitgangen. Het tweede kanaal regelt dan soms niet zelf op daglicht, maar volgt het eerste met een instelbaar verschil.
Norm
Zonder busvoeding is er geen communicatie. Alle busvoedingen op één bus leveren samen maximaal 250 mA. Iedere busvoeding heeft ook een gegarandeerde stroom: wat ze volgens het productblad altijd minstens levert. De gegarandeerde stroom van alle busvoedingen samen moet het busverbruik van alle aangesloten apparaten dekken. Sommige sensoren, drukknopinterfaces en kleine relais worden namelijk uit de bus gevoed.
Zo bereken je het busverbruik: voor apparaten met een eigen voeding, zoals drivers, reken je 2 mA per stuk als het productblad geen waarde noemt. Voor apparaten die uit de bus gevoed worden, neem je de waarde uit het productblad; die kan veel hoger zijn. Tel alles op en tel er een rekenmarge bij op: 10 mA of 20 %, het grootste van de twee. Bij een sensor met ingebouwde busvoeding bepaalt die voeding hoeveel drivers erop kunnen.
Een DALI-bus is niet „vol” bij een vast aantal armaturen. Er gelden meerdere grenzen tegelijk; de grens die je het eerst bereikt, bepaalt hoeveel er op de bus past:
- Adressen voor drivers: maximaal 64. Een driver met twee los regelbare uitgangen gebruikt twee adressen.
- Adressen voor sensoren, knoppen en besturingen: maximaal 64, apart geteld.
- Busstroom: het verbruik van alle apparaten moet binnen de gegarandeerde stroom van de busvoedingen blijven.
- Lengte: aanbevolen hooguit 300 m tussen de twee verst uiteenliggende apparaten, bij een aderdoorsnede van 1,5 mm².
- Productgrenzen: een besturing of gateway kan een eigen maximum hebben dat lager ligt dan wat de standaard toestaat.
- Uitbreidingsruimte: hoeveel ruimte je vrijhoudt voor later, is een ontwerpkeuze, geen regel uit de standaard. Leg vast hoeveel uitbreidingsruimte je aanhoudt en waarom.
Control device
Verzamelnaam in DALI-2 voor besturingen en invoerapparaten. Besturingen (application controllers) beslissen en sturen opdrachten. Invoerapparaten (input devices), zoals drukknoppen en sensoren, melden wat er gebeurt.
Norm
Soorten invoerapparaten in IEC 62386:
| Deel | Soort invoerapparaat |
|---|---|
| 301 | drukknoppen |
| 302 | absolute invoer, zoals een schuif- of draairegelaar |
| 303 | aanwezigheidssensoren |
| 304 | lichtsensoren |
| 305 | kleursensoren |
| 306 | algemene sensoren |
Meer over Control device
Norm
Invoerapparaten zijn multi-master: ze mogen zelf berichten op de bus zetten, en er kunnen er meerdere op één bus zitten. Gewoonlijk melden ze uit zichzelf wat er gebeurt, maar een besturing kan ze ook bevragen. Besturingen bestaan in een single-master- en een multi-mastervariant. Wat dat verschil betekent voor losse sensoren en knoppen, staat in de tabel over besturingen.
Zo sluit je het aan
Technische uitleg
Norm
Bekabeling van de DALI-bus volgens de DALI Alliance:
- Doorlussen, een ster, een boom of een combinatie daarvan mag; een gesloten ring niet.
- Aanbevolen is kabel met een aderdoorsnede van 1,5 mm², met maximaal 300 m tussen de twee verst uiteenliggende apparaten bij de maximale busvoeding.
- De twee busdraden lopen naast elkaar.
- Een standaard installatiekabel volstaat; een speciale buskabel is niet nodig.
Een schema met één nette buslijn laat zien welke apparaten op dezelfde bus zitten: de systeemlogica. Het is geen voorgeschreven kabelroute. In het gebouw kan dezelfde bus als lijn, ster, boom of een combinatie liggen, zolang er geen gesloten ring ontstaat.
De DALI-bus mag in dezelfde meeraderige installatiekabel liggen als de netspanning. Bestaande netkabel is daardoor vaak herbruikbaar. DALI is geen veiligheidskleinspanning (SELV, een spanning die veilig is om aan te raken). De busaders moeten daarom geschikt zijn voor netspanning. Volg daarbij altijd de geldende installatievoorschriften.
Principe
Uit de praktijk van fabrikanten:
- Houd de spanningsval over de buskabel klein. Meet bij twijfel de busspanning bij de busvoeding en aan het verste eind: is die aan het eind duidelijk lager, dan is de kabel waarschijnlijk te lang of te dun.
- Gebruik geen signaal- of telefoonkabel voor de bus: die is niet geschikt voor netspanning.
- Zet nooit netspanning op de DALI-klemmen van een sensor of interface.
- Plaats geen extra busvoeding naast een ingebouwde busvoeding, tenzij de fabrikant dat toestaat.
In de praktijk
Technische uitleg
Norm
Waar staat welke instelling?
| Instelling | Waar die staat |
|---|---|
| Adres en groepen | in de driver (control gear) |
| Niveau per scène | in de driver |
| Dimtijd, minimum- en maximumniveau | in de driver |
| Logica, zoals daglichtregeling en wat een knop doet | in de besturing (application controller) |
| Instellingen van een losse sensor of knop, zoals gevoeligheid | in het invoerapparaat (input device) |
Principe
Namen van groepen en ruimtes staan vaak alleen in het projectbestand van de instelsoftware, niet in de apparaten zelf. Bewaar dat bestand bij de oplevering, samen met een back-up van de instellingen.
Goed om te weten
- Tel niet alleen adressen. Ook het busverbruik van alle apparaten moet binnen de busvoeding passen, en een adres is niet altijd één armatuur.
- Een besturing, gateway of busvoeding kan grenzen hebben die lager liggen dan wat de standaard toestaat. Die staan in de documentatie van het product.
- Dat producten DALI ondersteunen, zegt nog niet dat een concrete combinatie in jouw project doet wat je verwacht. Controleer de combinatie in de productdocumentatie.
Kerngegevens
- Adressen voor control gear per DALI-bus (maximaal) (DALI)
- 64
- Adressen voor control devices per DALI-bus (maximaal, aparte adresruimte) (DALI)
- 64
- Groepen voor control gear per DALI-bus (DALI)
- 16
- Groepen voor control devices per DALI-bus (DALI)
- 32
- Scènes per control gear (DALI)
- 16
- Stroom van alle busvoedingen op één DALI-bus samen (maximaal) (DALI)
- 250 mA
- Busspanning (typisch, zonder communicatie) (DALI)
- 16 V
- Afstand tussen de twee verst uiteenliggende apparaten (aanbevolen maximum, bij 1,5 mm² en maximale busvoeding) (DALI)
- 300 m
- Aanbevolen aderdoorsnede van de DALI-bus (DALI)
- 1,5 mm²
- Ingangen (instances) per invoerapparaat op één adres (maximaal) (DALI)
- 32
- Busverbruik om aan te houden als een product geen waarde noemt (DALI)
- 2 mA
- Reserve op het totale busverbruik (minimaal, of het percentage als dat meer is) (DALI)
- 10 mA
- Reserve op het totale busverbruik (als percentage, of de vaste waarde als die meer is) (DALI)
- 20 %