Wat is lichtsturing?
Wat lichtsturing doet, wat het oplevert en hoe sensoren, besturing, armaturen en gebouwsystemen samenwerken.
In 30 seconden
Bij lichtsturing volgt de verlichting het gebruik van het gebouw. Het licht reageert op aanwezigheid, regelt terug als er genoeg daglicht is, en laat zich bedienen en per situatie instellen.
Meer in het kort
Zo wordt verlichting een systeem dat je ontwerpt, test, beheert en kunt koppelen met andere gebouwsystemen.
Zo werkt het
Lichtsturing
De eenvoudigste verlichting schakel je alleen aan en uit, met een schakelaar aan de wand. Bij lichtsturing nemen sensoren, drukknoppen en de klok waar wat er gebeurt.
Meer uitleg
Een besturing beslist wat het licht moet doen. De drivers voeren dat uit: de voedingsapparaten in de armaturen die de leds aansturen. Een bus, een netwerk of een radioverbinding brengt die informatie van het ene onderdeel naar het andere.
Principe
Vier stappen die je in iedere lichtsturing terugziet:
- Waarnemen — een sensor ziet beweging of meet licht, een drukknop meldt een druk, een klok geeft de tijd. Dat is informatie, nog geen opdracht.
- Beslissen — een besturing bepaalt wat er met die informatie gebeurt: aan, dimmen, wachten of uit.
- Uitvoeren — de driver in het armatuur zet de opdracht om in licht.
- Koppelen — waar nodig wisselt de lichtsturing gegevens uit met andere systemen, zoals gebouwbeheer.
Niet alles is een lichtmanagementsysteem. Van eenvoudig naar uitgebreid zijn er vijf soorten:
| Soort | Wat het is | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bediening | je zet het licht zelf aan of uit | een schakelaar in de netspanning |
| Regeling | je stelt zelf het lichtniveau in | dimmen met een drukknop of een draairegelaar |
| Automatisering | het licht reageert zelf op aanwezigheid en daglicht | een sensor met besturing in één ruimte |
| Lichtmanagement | systeemfuncties over meerdere ruimtes: groepen en scènes, tijdschema’s, monitoring en beheer | besturingen die via een netwerk samenwerken |
| Gebouwintegratie | het lichtsysteem wisselt gegevens uit met het gebouwbeheer | een koppeling via BACnet of KNX |
Waarom lichtsturing?
- Energie — licht brandt alleen waar en wanneer het nodig is, en kunstlicht vult alleen aan wat het daglicht niet levert.
- Comfort — het licht past bij wat mensen in de ruimte doen, en gebruikers kunnen zelf bijsturen.
- Beheer — een systeem met lichtsturing kun je testen, documenteren en grotendeels anders instellen zonder de bekabeling te wijzigen.
- Regelgeving en certificering — automatische lichtregeling wordt vanaf 1 januari 2028 een wettelijke eis in utiliteitsgebouwen (gebouwen zonder woningen, zoals kantoren en scholen) met een verwarming of airconditioning van meer dan 290 kW. Ook telt lichtsturing mee in certificeringsschema’s (keurmerken voor duurzame gebouwen).
Lichtinstallatie en lichtregelinstallatie
Twee lagen: de installatie die licht maakt, en de installatie die bepaalt wanneer en hoeveel licht er is.
Meer over Lichtinstallatie en lichtregelinstallatie
Een lichtinstallatie maakt licht: armaturen met hun driver, aangesloten op de netvoeding, eventueel met een aansluiting voor een stuursignaal. Een lichtregelinstallatie bepaalt wanneer en hoeveel licht er is. Daarbij horen sensoren, bediening en een besturing. Ook de bus- en netwerkverbindingen daartussen, de instellingen en eventuele koppelingen met andere systemen horen erbij.
Een armatuur met een dimbare, digitaal aanstuurbare driver is dus nog geen lichtregeling. Die ontstaat pas met besturing, sensoren of bediening en de instellingen.
Wat hoort bij welke laag?
| Laag | Onderdelen | Vraag die de laag beantwoordt |
|---|---|---|
| Lichtinstallatie | armatuur, driver, netvoeding, aansluiting voor het stuursignaal | Is er licht, en kan het armatuur een stuursignaal ontvangen? |
| Lichtregelinstallatie | sensoren, bediening, besturing, bus- en netwerkinfrastructuur, instellingen, koppelingen | Wanneer gaat het licht aan, hoe ver dimt het, en wie bedient het? |
Zo is het opgebouwd
Technische uitleg
Principe
Lichtsturing werkt pas goed als het systeem bewust is ontworpen. Groepen, sensorposities en scènes volgen uit het gebruik van de ruimte, niet uit de plattegrond alleen. Een goed ontwerp beschrijft per ruimte wat er automatisch gebeurt, wat de gebruiker zelf kan, en hoe de ruimte terugkeert naar de normale toestand.
Goed om te weten
- Er is geen standaardinstelling die voor iedere ruimte goed is. Wat past, volgt uit het gebruik van de ruimte en test je ter plaatse.