DALI-verdieping: kleur, noodverlichting en meer
Apparaattypen (device types: DT1, DT6, DT7, DT8), kleur en kleurtemperatuur, noodverlichting die zichzelf test, sensoren en knoppen in DALI-2, en hoeveel er op één bus past.
Kies DT6 of DT8 en stuur het armatuur aan. Bij DT6 regel je alleen het niveau; bij DT8 met hetzelfde adres ook de kleurtemperatuur, van warm tot koel wit.
Een DT6-driver heeft één uitgang: je regelt alleen het niveau.
- DT6: één adres, één uitgang, alleen het niveau.
- DT8: één adres, twee of meer kleurkanalen: niveau en kleurtemperatuur (of kleur) los of samen.
- De besturing geeft een kleurtemperatuur door; de driver bepaalt de menging.
In 30 seconden
Norm
Iedere DALI-driver (control gear) kent de basisopdrachten. Daarbovenop kan hij functies hebben voor een bepaald soort lichtbron of toepassing.
Meer in het kort
Norm
Zo’n uitbreiding heet een apparaattype of device type (DT). Device types bestaan alleen voor drivers, niet voor sensoren, knoppen of besturingen.
Zo werkt het
Apparaattypen (device types): wat een DALI-driver extra kan
Norm
De drie device types die je het vaakst tegenkomt, en het DALI-relais:
| Device type | Waarvoor | Deel van IEC 62386 |
|---|---|---|
| DT1 | zelfstandige noodverlichting: de accu zit in of naast het armatuur | deel 202 |
| DT6 | led-drivers: één uitgang, alleen het lichtniveau | deel 207 |
| DT7 | schakelen met een relais, zonder dimmen | deel 208 |
| DT8 | kleurregeling: met één adres twee of meer kleurkanalen, zoals warm en koel wit | deel 209 |
Kleur en kleurtemperatuur met DALI (DT8)
Norm
Een DT6-driver regelt met één adres één uitgang: alleen het lichtniveau. Een DT8-driver regelt met één adres twee of meer kleurkanalen, bijvoorbeeld warm wit en koel wit.
Meer over Kleur en kleurtemperatuur met DALI (DT8)
Norm
Zo stel je met één adres zowel het lichtniveau als de kleurtemperatuur van een armatuur in.
Norm
Drie kleurtypen:
- Tc (tunable white, instelbaar wit) — de kleurtemperatuur, van warm wit naar koel wit.
- RGBWAF — tot zes kleurkanalen: rood, groen, blauw, wit, amber en een vrij te kiezen kleur.
- xy — een precies, herhaalbaar kleurpunt, aangegeven met een x- en een y-waarde in de kleurruimte.
Norm
Kleur en niveau regel je los of samen: je kunt de kleur veranderen zonder het niveau te wijzigen, of andersom. In een kleurdriver bewaart een scène naast het niveau ook de kleur.
Norm
Voor DALI-2-certificering zijn alleen deze combinaties toegestaan: alleen Tc, alleen RGBWAF, of Tc, RGBWAF en xy samen.
Norm
De besturing geeft de gewenste kleurtemperatuur door; de driver bepaalt zelf de verhouding tussen warm en koel wit. Armaturen met Tc of xy worden vaak in de fabriek gekalibreerd (nauwkeurig afgesteld), binnen de kleurnauwkeurigheid die de fabrikant opgeeft.
Principe
Een driver met kleurregeling heeft alleen zin als de besturing de kleur ook kan sturen. Controleer dat vóór je kiest. Controleer ook welke kleurtypen de driver en de besturing allebei ondersteunen.
Noodverlichting met DALI (DT1)
Norm
Deel 202 van DALI beschrijft drivers voor zelfstandige noodverlichting: de accu zit in of naast het armatuur. Zo’n driver (DT1) kan zichzelf testen en het resultaat melden.
Meer over Noodverlichting met DALI (DT1)
Norm
DALI regelt de communicatie en de testfunctie. Welke tests nodig zijn en hoe vaak, volgt uit de regels voor noodverlichting, niet uit DALI.
Norm
Twee tests die zo’n driver moet kunnen uitvoeren:
- Functietest — een korte test van accu, laadcircuit, omschakeling en lamp.
- Duurtest — controleert of de accu de lamp de volledige vastgelegde duur (de nominale duur) kan voeden, bijvoorbeeld 1 of 3 uur. Raakt de accu eerder leeg, dan mislukt de test.
Norm
Een test start met een DALI-opdracht of automatisch volgens een ingesteld schema. Daarna vraagt de besturing de status en een eventuele storing op. Een beheersysteem kan die resultaten bijhouden en melden.
Sensoren en knoppen in DALI-2 (delen 301–304)
Norm
In DALI-2 zijn sensoren en knoppen gestandaardiseerd als invoerapparaten (input devices). Ze leveren informatie; een besturing (application controller) beslist wat er gebeurt. Iedere soort heeft een eigen deel van de norm.
Meer over Sensoren en knoppen in DALI-2 (delen 301–304)
Norm
Vier soorten invoerapparaten en wat ze melden (de norm kent er nog meer):
| Deel | Soort | Wat het meldt |
|---|---|---|
| 301 | drukknoppen | indrukken, loslaten, kort, lang, dubbel, vastzitten |
| 302 | absolute invoer: schakelaars, schuif- en draairegelaars | een stand (positie) |
| 303 | aanwezigheidssensoren | bezet, vrij, beweging, geen beweging |
| 304 | lichtsensoren | de verlichtingssterkte. Je stelt in hoeveel die moet veranderen voordat de sensor opnieuw meldt (hysterese), zodat er minder berichten over de bus gaan |
Norm
Eén product met één adres kan meerdere ingangen („instances”) hebben, tot 32: bijvoorbeeld een paneel met acht knoppen (acht instances), of een sensor die aanwezigheid én licht meldt.
Norm
Invoerapparaten sturen gewoonlijk uit zichzelf een melding; een besturing kan ze ook bevragen. Niet iedere besturing kan invoerapparaten gebruiken: controleer dat in het productblad.
Hoeveel past er op één DALI-bus?
Norm
Een DALI-bus heeft 64 adressen voor drivers en daarnaast 64 voor sensoren, knoppen en besturingen. Maar adressen zijn niet de enige grens: ook de busstroom, de kabel en wat de besturing aankan, bepalen hoeveel er op één bus past.
Meer over Hoeveel past er op één DALI-bus?
Norm
De grenzen op een rij:
- Adressen — een driver met meerdere uitgangen die je apart regelt, gebruikt meer dan één adres.
- Busstroom — alle busvoedingen samen leveren maximaal 250 mA; ingebouwde busvoedingen tellen mee.
- Kabel — aanbevolen hooguit 300 m tussen de verst uiteenliggende apparaten bij 1,5 mm²; de totale kabel mag langer zijn.
- Besturing — hoeveel adressen, groepen en invoerapparaten een besturing aankan, staat in het productblad.
Norm
Zo reken je de busstroom na:
- Tel het busverbruik van alle apparaten op. Voor apparaten met een eigen voeding, zoals drivers, reken je 2 mA per stuk. Voor apparaten die uit de bus gevoed worden, neem je de waarde uit het productblad.
- Tel daar een rekenmarge bij op: 10 mA of 20 %, het grootste van de twee.
- De gegarandeerde stroom van alle busvoedingen samen (wat ze volgens het productblad altijd minstens leveren) moet minstens even groot zijn als dat totaal.
- De maximale stroom van alle busvoedingen samen mag niet boven 250 mA komen. Komt hij erboven, kies dan andere busvoedingen of zet ingebouwde busvoedingen uit, bijvoorbeeld in D4i-drivers.
Principe
Plan een bus niet tot het maximum vol: houd ruimte over voor uitbreiding, of kies besturingen die je later met extra bussen kunt uitbreiden.
- Aan te houden busstroom per apparaat met eigen voeding (rekenregel)
- 2 mA
- Reserve bovenop het totaal (minimaal, in mA)
- 10 mA
- Reserve bovenop het totaal (minimaal, in procent)
- 20 %
Goed om te weten
- Productgrenzen (hoeveel een besturing of busvoeding aankan) gaan altijd vóór: gebruik de waarden uit het productblad.
Bekijk het interactief
Kies een toestand. Alleen een test en het opvragen van het resultaat lopen over de bus. Bij netuitval schakelt de driver zelf over op de accu.
- Normaal bedrijf. Het armatuur krijgt netspanning en de accu wordt geladen. Wat de lamp in normaal bedrijf doet, hangt af van het armatuur.
- Netuitval. Valt de netspanning weg, dan voedt de accu de noodlamp. Daar is geen busbericht voor nodig: de driver schakelt zelf over.
- Functietest. Een korte test van accu, laadcircuit, omschakeling en lamp, gestart met een DALI-opdracht of automatisch.
- Duurtest. De test controleert of de accu de lamp de volledige nominale duur kan voeden, bijvoorbeeld 1 of 3 uur. Raakt de accu eerder leeg, dan mislukt de test.
- Resultaat opvragen. De besturing vraagt de status en een eventuele storing op. Een beheersysteem kan de resultaten bijhouden en melden.
Zo is het opgebouwd
Technische uitleg
Norm
Een driver kan meer dan één device type hebben, bijvoorbeeld een led-driver met kleurregeling (delen 207 en 209). Een besturing kan opvragen welke device types een driver heeft.
Norm
De delen 202, 207 en 209 zijn opgenomen in de DALI-2-certificering. Welke functies een gecertificeerd product heeft, staat in de productdatabase van de DALI Alliance.